Het vetpercentage meten

Er zijn verschillende methoden om het vetpercentage te meten. Er zijn zelfs weegschalen die deze functie (impedantiemeter) tegenwoordig hebben. De meest traditionele en nog steeds nauwkeurigste methode is de huidplooimeting. Hierbij wordt met een tang op een viertal plekken de dikte van de huidplooi in milimeters gemeten: bij de biceps (voorkant midden bovenarm), triceps (achterkant midden bovenarm), subscapulaire plooi (onder het schouderblad) en de supra-iliacale plooi (boven het bovenbeen). Hierna kan een schatting worden gemaakt van het vetpercentage van het lichaam met behulp van de tabel van Durnin en Womersley.

De huidplooimethode is niet geschikt voor iedereen. Er wordt bij de huidplooimeting aangenomen dat het vet gelijkmatig over het lichaam is verdeeld. Dit hoeft niet bij iedereen zo te zijn. Soms zit er meer vet in het onderlichaam dan het bovenlichaam terwijl de punten alleen bij het bovenlichaam worden gemeten. Ook bij ouderen kan het ineffectief zijn, omdat hun spieren op late leeftijd verzakt kunnen zijn.

De huidplooimeter wordt veelal verkocht voor prijzen tussen de 10 en 50 euro. Bij een professionele tang met veel functies en een hele nauwkeurige meting kan de prijs wel oplopen tot 300 euro.